Gereformeerde Gemeente Gouda

De kerkdienst

U bent van harte welkom om de kerkdiensten die in onze kerk worden gehouden bij te wonen. Wellicht weet u niet goed wat u van een kerkdienst moet verwachten of hoe een kerkdienst verloopt. Op deze pagina kunt u een liturgie (programma van een kerkdienst) vinden. Hierin kunt u lezen wat de bedoeling is van de verschillende onderdelen van de liturgie. We hopen van harte dat we u een keer welkom mogen heten. Het zal u wellicht opvallen dat de vrouwen in onze kerk een hoed dragen. De grondslag hiervoor vinden we in de Bijbel, in de eerste brief van Paulus die hij schreef aan de gemeente van Korinthe, hoofdstuk 11 vers 5.

De psalmen die we zingen tijdens de kerkdienst en het gedeelte uit de Bijbel dat we lezen, zijn aangekondigd op de borden links en rechts van de preekstoel.

Inleidend orgelspel

Voordat de kerkdienst echt begint, wordt het orgel bespeeld door één van onze organisten. Dit dient verschillende doelen: het geeft rust onder de kerkbezoekers (u hoort nauwelijks storend gepraat) en het leidt onze gedachten naar de inhoud van de gespeelde psalmen als voorbereiding op de preek.

Binnenkomen van de kerkenraad

Nadat het orgelspel is gestopt, komt de kerkenraad vanuit de kerkenraadskamer de kerkzaal binnen. De dominee wordt door de ouderling van dienst naar de preekstoel gebracht en de zegen toegewenst. Ongeveer één zondag per maand wordt een leesdienst gehouden. Dit betekent dat één van de ouderlingen een preek voorleest. Bijvoorbeeld een preek die door één van de huidige predikanten van ons kerkverband is geschreven of door een inmiddels overleden predikant.

Stil gebed

Dan volgt het stil gebed. De meeste mannen staan onder dit gebed als teken van eerbied (iedereen is daarin vrij), de vrouwen blijven zitten.

In het stil gebed kunt u persoonlijk God vragen deze kerkdienst te zegenen, de dominee of ouderling te helpen in het preken of lezen en te bidden of de preek u tot nut mag zijn. U kunt ook vragen of de Heere u wil helpen om de preek goed te kunnen onthouden en of u niet afgeleid wordt tijdens de preek. Om onszelf in het bidden niet te laten afleiden, gebeurt het steeds met gesloten ogen en gevouwen handen.

Votum en zegen

Het votum dat nu volgt, is gemeenschappelijk; daarmee begint de echte kerkdienst. Votum is een Latijns woord. Het betekent “wens of gebed”. In het votum belijden we dat God ons in deze dienst bij elkaar heeft geroepen en bidden we God om Zijn hulp en ondersteuning.

Na het votum volgt de zegen. Omdat de dominee deze zegengroet uitspreekt als gevolmachtigde van Christus, ontvangen we als gemeente deze groet ook in de gebedsgestalte: met gesloten ogen en gevouwen handen. De zegengroet wordt beëindigd door het ‘Amen’ van de dominee.

Zingen van de openingspsalm

De dominee of ouderling noemt vervolgens de openingspsalm (of één van de gezangen die in ons Psalmboek achter de psalmen staan). Als in de voorafgaande week een lid van de gemeente is overleden, dan wordt dit eerst afgekondigd en is de keus van de openingspsalm daar op afgestemd. 

In onze kerk zingen we de psalmberijming die in het jaar 1773 is samengesteld.

Lezen van de 10 geboden of de geloofsbelijdenis

Na het zingen wordt door de ouderling van dienst de Tien Geboden (in de morgendienst) of de Apostolische Geloofsbelijdenis (in de middagdienst) gelezen. De Tien Geboden (ook wel de Wet des Heeren genoemd) kunt u vinden in Exodus 20 vers 1 - 17 en in Deuteronomium 5 vers 6 - 21. Het voorlezen van de Wet heeft eigenlijk twee functies: De Wet is de spiegel waarin wij bij het licht van Gods Geest onze zonden zien tegenover God. Iedereen wordt opgeroepen om zijn of haar eigen hart en leven te toetsen aan de norm die God in de Tien Geboden stelt. De wet is ook een “regel van dankbaarheid”. Als we de Heere God dienen met ons hart, willen we niets liever dan zo te leven als Hij in Zijn Woord van ons vraagt. Het naleven van Gods geboden, doen we dan door genade uit dankbaarheid.

De Apostolische Geloofsbelijdenis die achter in de Bijbel staat en 's middags wordt uitgesproken, heeft een ander karakter dan de wet. Bij het luisteren naar de Geloofsbelijdenis horen en belijden we de kern van het christelijke geloof.

Na het lezen van de wet of de geloofsbelijdenis wordt aansluitend een psalm of gezang gezongen.

Lezen van een gedeelte uit de Bijbel

Vervolgens wordt door een ouderling van dienst een gedeelte uit de Bijbel voorgelezen. Vaak is dit het gedeelte waar de dominee vervolgens over zal preken.

Openbaar gebed

Op het lezen van het Bijbelgedeelte volgt een gezamenlijk gebed. In dit gebed vraagt de dominee of ouderling onder meer om een zegen over de dienst. Eveneens worden de zorgen van de leden van de gemeente aan God voorgelegd en wordt gedankt voor het goede dat God in de voorgaande periode heeft geschonken.

Collectezang

Na het gebed worden er enkele verzen van een psalm gezongen. Tijdens het zingen van deze psalm wordt gecollecteerd. Het collecteren wordt gedaan door de diakenen. Er wordt dan geld ingezameld voor de diaconie (de hulp aan arme gezinnen en goede doelen), de kerk (het onderhouden van de predikant, de kerkdienst en de kerkelijke activiteiten) en het bouwfonds (de kosten van het bouwen van de kerk).

Preek

De preek is de uitleg en de toepassing van het gelezen gedeelte uit de Bijbel. Door middel van de preek wordt het Woord van God zoals dat in de Bijbel staat aan het hart van elke luisteraar gelegd en de opdracht uit 2 Timotheüs 4 vers 2 (Predikt het Woord) uitgevoerd. In iedere preek zal de predikant een bepaalde tekst uitkiezen als “centrum” van de preek. Hij legt de context van het Bijbelgedeelte uit en werkt de gekozen tekst uit, vaak aan de hand van drie punten. Zowel de eis van Gods Wet als het evangelie van de genade in Jezus Christus komen aan de orde. De preek wordt eenmaal onderbroken door het zingen van een psalm, de tussenzang.

Bij de afronding van de preek wordt soms heel specifiek op de toepasbaarheid van de inhoud van de preek voor ons persoonlijke geestelijk leven ingegaan, maar vaak gebeurt dit al tijdens de preek.

Dankgebed

Na de preek volgt het dankgebed. In het dankgebed wordt God gedankt voor het Woord dat Hij gaf, voor de uitlegging en voor de krachten die Hij de dominee of ouderling heeft geschonken.  Ook wordt God gevraagd of Hij Zijn Woord wil zegenen.

Slotzang

Vervolgens wordt een afsluitende psalm gezongen.

Mededelingen kerkenraad

Soms worden er vanaf de kansel een aantal mededelingen namens de kerkenraad gedaan. Bijvoorbeeld over (kerkelijke) bijeenkomsten in de week.

Zegengroet

Ten slotte volgt de zegengroet. Deze wordt aangekondigd met "Gaat heen in vrede en draagt de zegen des Heeren" of met "Verheft uw harten tot God en ontvangt de zegen des Heeren".

Daarop gaat de gemeente staan en neemt de gebedshouding aan: gesloten ogen en gevouwen handen. Vervolgens spreekt de dominee de zegen uit, waarbij gebeden wordt om de genade van de Heilige Geest. Daarom zal de dominee zijn handen ook zegenend uitbreiden over de gemeente.

In geval van leesdienst gebruikt de ouderling de zegenbede uit het laatste vers van het gezang, achter in het Psalmboek, de Avondzang.

Uitleidend orgelspel

Daarna wacht de ouderling van dienst de dominee of ouderling op, wenst hem de zegen en drukt deze de hand. Dan verlaat de kerkenraad als eerste de kerkzaal. Als het orgel begint te spelen verlaten ook de overige aanwezigen de kerk.

Collecte bij de uitgang

Bij de uitgang wordt vaak nog een collecte gehouden voor het orgelfonds (kosten van aanschaf en onderhoud van het orgel).